Debiteurenbeheer gemeenten

Het Bbz kent een verplichting tot terugvordering. Daarnaast kent het Bbz aanvullende bepalingen voor de terugbetaling van het bedrijfskapitaal, het gaat hierbij om:

  1. De geldlening is onmiddellijk opeisbaar als de zelfstandige deze niet op de juiste manier heeft besteed, bijvoorbeeld  bij beëindiging bedrijf of  faillissement.
  2. Als de verwachting is dat de ondernemer - na drie jaar - nog steeds lange tijd niet kan voldoen aan zijn aflossings- en rentebetalingsverplichtingen, dan zijn de lening en achterstallige rente onmiddellijk opeisbaar.
  3. Indien nodig kan de gemeente - maximaal 3 jaar - uitstel van betaling geven, er moet dan wel het perspectief zijn dat het bedrijf in de toekomst levensvatbaar is. De maximale aflossingsduur komt zo op 10 + 3 = 13 jaar.  

Indien de bedrijfsbeëindiging niet verwijtbaar is dan kan de rest van de lening worden omgezet in een renteloze lening. Deze lening moet in 5 jaar worden afgelost met een maximum van 50% van het inkomen boven de bijstandsnorm. Na deze periode wordt de dan eventueel nog resterende lening kwijtgescholden. 

De gemeente zit in de lastige positie: enerzijds is aan een ondernemer - die nergens anders terecht kon - geld geleend om zijn bedrijf te kunnen starten/voortzetten, anderzijds moet de gemeente ervoor waken dat de ondernemer aan zijn betalingsverplichtingen voldoet en in het ergste geval moet de gemeente het bedrijf liquideren. Het alternatief voor de ondernemer is vaak niet beter dan (terug te vallen op) de Participatiewet.

Dat het belang van debiteurenbeheer groot is blijkt ook uit het onderzoek van Ecorys, Bbz 2004: uit het startblok, april 2011. Hieruit zijn de volgende kengetallen ontleend: per 1.000 inwoners maken 40 mensen gebruik van de Participatiewet. 0,6% start een eigen bedrijf binnen de Bbz-regeling, waarvan 55% (ook) gebruik maakt van de Bbz-lening. 50% betaalt de lening niet terug, gemiddeld wordt er €18.000,- geleend. Indien we deze getallen toepassen op een middelgrote gemeente van 150.000 inwoners betekent dit dat er jaarlijks gemiddeld €178.200,- niet wordt afgelost. Sinds de start van de Bbz-regeling in 2004 is dit bij grotere gemeenten of gemeenten met veel wanbetalers opgelopen tot in de miljoenen euro's. Kortom: door een goed debiteurenbeheer is hier veel winst te halen voor gemeenten.     

De rol van BRN kan zijn: 
- aflossings- en rentebetalingen van de debiteuren in kaart brengen en updaten, dit inclusief het deel dat 'om niet' kan worden omgezet.
- gemeenten ondersteunen bij innen achterstand betalingen
- format en methodiek aanleveren om in de toekomst geen achterstand meer op te lopen 

- het bedrijf van de Bbz-klant doorlichten met hieraan verbonden een gefundeerd advies, waarbij de extremen zijn: het bedrijf op een nette en verantwoorde afbouwen als het kansloos is en als er wel toekomstmogelijkheden zijn, het bedrijf een extra impuls (coaching/kapitaal) geven om het bedrijf weer levensvatbaar te maken.