3e industriële revolutie

De 3e industriële revolutie kent 5 pijlers, aldus Jeremy Rifkin 2014

1e  hernieuwbare energie
2e  opslag energie in artefacten
3e  opslag energie door bijvoorbeeld waterstof 
4 internettechnologie om energie (mondiaal en locaal) te kunnen verdelen
5 transport klimaatneutraal

3e industriële revolutie: niet bezit maar  ‘toegang tot’ (access) is/wordt belangrijk

  • toegang tot www (sociaal)
  • toegang tot wegen 
  • open-source leeromgeving
  • net zo makkelijk globaal als locaal
  • intercultureel en interdisciplinair
  • intellectueel eigendom en octrooien verdampen

internet is emancipatoir

  • iedereen is overal bereikbaar 
  • massa bepaalt, big data, iedereen is gelijk(waardig)
  • andere organisatie -> coöp
  • communicatie/energiesysteem is decentraal

Transactiekosten
Transactiekosten (toegevoegde waarde/elke fase in het conversieproces maakt het eindproduct duurder) worden steeds lager door de informatie- en communicatietechnologie. Veel schakels (tussenhandel/ automatisering/robotisering) zijn niet meer nodig. Informatie en hernieuwbare energie worden steeds goedkoper. Bij meting levenskwaliteit zijn nu nieuwe parameters van belang, denk aan: samenwerking, verbondenheid en wederzijdse afhankelijkheid.

Kennis is macht
Na de 3e industriële revolutie is kennis een uiting van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het collectieve welzijn van de mensheid en de planeet als geheel.

Het nieuwe werken
Men werkt straks vooral in het maatschappelijk middenveld. Hier wordt ook sociaal kapitaal gecreëerd. Denk aan: cultuur, sport, recreatie, milieu, religie, onderwijs, onderzoek, zorg, maatschappelijk werk en de diverse belangenverenigingen. De andere (traditionele) sectoren zijn: markt, overheid en de informele sector.

Het spel of de knikkers
De mens was slaaf, horige en contractarbeider. Nu vrij van mechanische arbeid en kan zich wijden aan ‘diep spel’. Jean Paul Sartre: als een mens zichzelf als vrij beschouwt en die vrijheid wil gebruiken …….. dan is zijn activiteit spel.